Jos Stalmans (VKW Limburg): “De zorgsector biedt heel wat Limburgse bedrijven enorme opportuniteiten”

De veelbesproken sluiting van Ford Genk was een mokerslag voor de geplaagde Limburgse economie. In plaats van bij de pakken te blijven zitten, lanceerden zes werkgeversorganisaties een door SALK ondersteund project om de vele ondernemingen in de provincie te ondersteunen. Een van de pijlers binnen dit project is het luik ‘zorgeconomie’. Jos Stalmans, gedelegeerd bestuurder van VKW Limburg, lichtte ons toe hoe zorginnovatie en -ontwikkeling het geteisterde Limburg er op termijn weer bovenop kunnen helpen.

Mijnheer Stalmans, kan u ter inleiding even schetsen hoe het deze dagen gaat met de Limburgse economie? Is er stilaan beterschap in zicht?

Jos Stalmans: We hebben enkele moeilijke jaren achter de rug, maar we kunnen gelukkig stellen dat er dit jaar een lichte heropleving plaatsvindt: de omzet stijgt en de winsten nemen toe. De sluiting van Ford Genk en de bijhorende schrapping van een vijfduizendtal jobs waren uiteraard een enorme klap, maar globaal genomen slaat Limburg zich er vrij goed door, al mogen we niet vergeten dat de werkloosheidsgraad in onze provincie nog steeds bijna 10 procent bedraagt (zeker ongeschoolde arbeiders vormen een probleem). Een hoerastemming is hoe dan ook niet op zijn plaats, want verdere investeringen laten voorlopig nog op zich wachten en de conjuncturele heropleving blijft broos. Limburg wordt steeds meer een regio van kmo’s. De industrie loopt terug en grotere bedrijven zoeken naburige regio’s zoals Nederlands-Limburg en Duitsland op vanwege de lagere loonkosten.

Willen we het tij definitief keren en onze eigen sterktes optimaal benutten, dan moet de overheid eerst en vooral een ambitieus beleid durven uittekenen, inclusief doorgedreven hervormingen die de structurele obstakels voor economische groei wegnemen. Een aantal essentiële randvoorwaarden zijn lagere lasten (de recente regeringsinspanningen qua lastenverlaging doorzetten), betere mobiliteit (noord-zuidverbinding met Eindhoven realiseren) en minder regels (economische dynamiek stimuleren door overregulering aan te pakken). Daarnaast zijn er uiteraard ook een aantal drivers voor groei, waarbij ondernemers voor een groot deel zelf het verschil kunnen maken: open innovatie (samenwerking tussen bedrijven, maar ook onderwijs en onderzoek), internationalisering en kennis & opleiding. Het zijn deze aspecten die ook in het SALK-actieplan naar voor komen.

 

Wat houdt dat SALK-project precies in? En welke rol krijgt zorg daarin toebedeeld?

Jos Stalmans: Naar aanleiding van de aankondiging van de sluiting van Ford Genk is er een expertenrapport opgemaakt. Dit omvatte onder meer een allesomvattende analyse van de problemen en de opportuniteiten in de provincie Limburg. Een van de economische opportuniteiten en bronnen voor extra werkgelegenheid is zorg. Binnen het SALK-project is het VKW Limburg dat zich specifiek op de verdere ontwikkeling van dit domein toelegt. Zorgeconomie impliceert meer dan enkel preventie, gezondheidszorg en zorgverlening. Het gaat ons ook om bedrijven die (een deel van) hun omzet realiseren in de zorgsector – inmiddels meer dan honderd ondernemingen, zowel gevestigde waarden als beloftevolle start-ups. We ondersteunen de uitbouw van een volwaardige cluster waarbinnen bedrijven, zorginstellingen, researchafdelingen, het onderwijs en de overheid samenwerken en streven dus zowel naar jobs in onderzoek en ontwikkeling als naar jobs in productie.

 

In welke zin kan de zorgsector interessant zijn voor Limburgse bedrijven?

Jos Stalmans: Het is algemeen bekend dat zorg stilaan onbetaalbaar wordt. Maar anderzijds worden de noden groter en slaat de vergrijzing hard toe. Het is in deze contradictie dat er voor veel Limburgse zorgactoren, bedrijven en kennisleveranciers een mooie opportuniteit schuilt, ook al omdat de zorgsector snel evolueert en door zijn diversiteit een enorm potentieel biedt. Mits een goede onderlinge samenwerking zijn er heel wat innovatieve oplossingen mogelijk: het inzetten van nieuwe technologieën om langer thuis te kunnen wonen in comfortabele omstandigheden, ervoor zorgen dat ziekenhuisbehandelingen goedkoper worden via interne product- en dienstinnovaties, nieuwe medische ontwikkelingen commercialiseren zodat de prijzen van de behandelingen automatisch omlaag gaan...

 

Wat zijn de belangrijkste taken en focus points van de werkgroep zorgeconomie binnen het SALK-project? In welke initiatieven vertaalt zich dat?

Jos Stalmans: Opdat de sector zich verder zou kunnen versterken, proberen we hoe dan ook steeds de juiste mensen en partijen met elkaar in contact te brengen. Met onze koplopersgroep zorgeconomie komen we tegemoet aan de wens om op regelmatige basis rechtstreeks overleg te organiseren tussen verschillende actoren binnen de sector. Een aantal vooraanstaande vertegenwoordigers van diverse zorgbedrijven, kennisinstellingen en de overheid komen een aantal keer per jaar samen om informatie en aanbevelingen uit te wisselen. Enerzijds lichten de beleidsmakers er hun visie op de toekomst van de zorg toe, anderzijds komen ze er meteen te weten hoe de sector hier zelf tegenover staat. Voorts kunnen bedrijven of instellingen steeds bij ons terecht met concrete vragen, zodat we hen kunnen doorverwijzen naar andere bedrijven of instellingen die ervaring hebben met de problematiek in kwestie of oplossingen op maat kunnen aanbieden. Tijdens informatiebijeenkomsten lichten experts de specifieke regelgeving toe en geven ze antwoorden op vragen van de verschillende partijen.

Daarnaast hebben we uiteraard ook een inspirerende rol. Samen met LifeTechLimburg heeft VKW Limburg in mei 2013 een studiereis naar Medicon Valley georganiseerd, een regio die Denemarken en het zuiden van Zweden met elkaar verbindt en die bekend staat als een van de sterkste biomedische clusters binnen Europa. Een uitgelezen gezelschap van bedrijfsleiders, beleidsmakers, topvertegenwoordigers van zorg- en kennisinstellingen en politieke boegbeelden zoals Jo Vandeurzen (Vlaams minister van Welzijn en Volksgezondheid) en Ingrid Lieten (destijds Vlaams minister van Innovatie) heeft er waardevolle indrukken opgedaan. De parallellen tussen Limburg en Medicon Valley zijn treffend aangezien ook zij de nodige economische tegenslagen moeten zien te overwinnen. Een ander waardevol initiatief zijn onze versnellingstafels: extern gefaciliteerde bijeenkomsten van zes tot acht ondernemers die samen totaalproducten ontwikkelen en oplossingen bedenken voor schijnbaar complexe problemen. Het gaat daarbij onder meer over delicate thema’s zoals innovatieve woonvormen en de herbestemming van oude ziekenhuis- en kerkgebouwen.

 

Zien jullie voor de Limburgse zorgeconomie ook een internationale rol weggelegd?

Jos Stalmans: Zeer zeker, healthcare en lifesciences zijn bij uitstek internationale disciplines. De uitdagingen in de gezondheidszorg zijn een globaal gegeven, wat dan weer heel wat opportuniteiten schept voor regionale ontwikkelingen in dit domein. We zullen overigens niet veel extra werkgelegenheid kunnen creëren als we louter binnen de eigen grenzen blijven opereren. We moeten dan ook structureel investeren in de internationale inbedding van Limburgse initiatieven. Met de werkgroep zorgeconomie proberen we die internationalisering te faciliteren – veel bedrijven weten namelijk onvoldoende hoe de (buitenlandse) zorgsector in elkaar zit, of beseffen niet dat ze een enorm potentieel hebben om hun producten ook op de buitenlandse markt te verdelen, of durven de stap voorwaarts niet uit zichzelf te zetten (exporteren is immers een paar jaar investeren).

Het bezoek aan Medicon Valley was een mooie eerste stap om deze psychologische barrières te overwinnen. Dit jaar hebben we met ongeveer hetzelfde gezelschap Arab Health bezocht, de grootste en belangrijkste zorginnovatiebeurs in Azië. We hebben er ons – onder meer dankzij de steun van Flanders Investment & Trade (F.I.T.) – met succes kunnen profileren. Het aantal Limburgse standhouders is er op een jaar tijd verdrievoudigd, en enkele bedrijven hebben er mooie contracten kunnen afsluiten. Als we op deze ingeslagen weg kunnen verdergaan, zitten er voor de Limburgse economie in het algemeen en de zorgsector in het bijzonder betere tijden aan te komen.