Stéphane Vermeulen (VK Architects & Engineers): “Een architect heeft de maatschappelijke taak om de bouwheer op te leiden”

Weinigen hebben een beter zicht op de staat van onze zorginfrastructuur dan Stéphane Vermeulen, architect en sinds 2008 Director Healthcare bij VK Architects & Engineers. Reden genoeg om met hem te spreken over de veranderingen in de woonzorgsector, het ziekenhuis van de toekomst en het belang van neurochirurgen. “Zorgtechnologie gaat een grote invloed hebben op onze ziekenhuizen.”

Ondersteuning voor de bouw van woonzorgcentra neemt af, denk maar aan de schrapping van de VIPA-subsidies. Blijven kwalitatieve woonzorgcentra betaalbaar?

Vermeulen: “Het VIPA-verhaal is inderdaad in transitie, de geldkraan wordt wellicht toegedraaid. Voor VK Architects & Engineers zelf is dat een uitdaging, want wij hebben heel wat projecten in de zorgsector. Veel van onze klanten zijn trouwens VZW’s en OCMW’s, de gesubsidieerde sector dus. Voor de woonzorgsector zelf is het echter een begrijpelijke stap. Daar woedt al enige tijd een concurrentiestrijd tussen de VZW’s, de OCMW’s en de private spelers. Die laatste groep, met grote bedrijven zoals Armonea of Orpea, maar ook beursgenoteerde vastgoedspelers zoals Cofinimmo, hebben hun blik enige tijd geleden immers van de kantorenmarkt naar de ‘zachte’ sector gewend. Dat ging vlot, vooral omdat die bedrijven sneller kunnen schakelen, een grotere investeringscapaciteit hebben en de lange VIPA-procedures de traditionele spelers vertraagden. Privéspelers benaderen zorgvastgoed vanuit een economisch managementperspectief en weten hoe ze met zorgvastgoed moeten omgaan. Het verbaast ons dan ook niet dat ze in een mum van tijd een groot stuk van de markt ingepalmd hebben. Het antwoord op de vraag of kwalitatieve woonzorgcentra betaalbaar blijven, is dus duidelijk ‘ja’. Het gaat daarbij eerder over het beter beheer van woonzorgcentra dan om de kost voor nieuwe gebouwen. Dat kan perfect zonder in te boeten op kwalitatieve zorgverlening.”

 

Is die ‘privatisering’ een goede zaak?

Vermeulen: “De privésector probeert die zorg aan te bieden op een performantere manier, dat is een uitdaging waar de andere aanbieders voor staan. De schrapping van de VIPA-subsidies voor WZC’s heeft het evenwicht in ieder geval hersteld en dat is op zich geen slechte zaak. Het is natuurlijk geen goede zaak voor VZW’s en OCMW’s, want de situatie is voor hen nu wel heel onzeker geworden.”

“Er zijn natuurlijk goede en slechte voorbeelden van private centra. Op sommige lezingen doet het pijn aan m’n oren om te horen hoe zo’n CFO enkel maar rekent in cijfers en vierkante meters. Dan denk ik toch: ‘Waar ben je mee bezig? Waar zijn de menselijke aspecten die juist zo belangrijk zijn in deze zachte sector?’. Anderzijds hoor je ook voordrachten van collega-architecten die praten over beleveniswaarde, levenskwaliteit en een stimulerende healing environment, allerlei zaken die VK Architects &Engineers nu al bijna twintig jaar implementeert. Het kostenplaatje steekt echter dikwijls stokken tussen de wielen. Je moet dus een evenwicht proberen te vinden tussen die twee werelden.”

 

Is het de rol van de architect om dat evenwicht te bewaren?

Vermeulen: “Ik denk zeker dat een architect de bouwheer – vandaag de dag vaak promotoren – voor een stuk op moet leiden en niet blindelings uit moet voeren wat hem of haar gevraagd wordt. Een architect heeft net een maatschappelijke taak en moet op punten wijzen die het gemeenschappelijk belang dienen en zijn of haar opdrachtgever daarvan overtuigen.”

 

In Nederland zet men bij woonzorgcentra sterk in op ‘extramuraliteit’. Daardoor sluiten er ook veel woonzorgcentra of krijgen ze een herbestemming. Ziet u die evolutie ook bij ons?

Vermeulen: “Nee, helemaal niet, ook niet als dat persoonsgebonden budget, het zogenaamde ‘rugzakje’ van Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, Jo Vandeurzen, realiteit wordt. We weten al jaren dat er in België een tekort is, dat verklaart ook het succes van de privésector. Ik zie niet snel een overschot aan woonzorgcentra op de Vlaamse markt.”

 

Sterk inzetten op slimme nieuwbouw

 

Geldt die krappe budgettaire situatie ook voor ziekenhuizen?

Vermeulen: “Daar gaat de geldkraan inderdaad ook toe, maar dat vind ik minder vanzelfsprekend. De inhaaloperatie die we nodig hadden in België – we lopen al jaren achter op vlak van zorginfrastructuur – was nog maar net ingezet. Veel van onze gebouwen dateren uit de jaren zeventig en tachtig. Dat was toen vaak eenheidsworst – de typische kruisstructuur – die overal in het Vlaamse landschap is neergepoot en die niet aangepast is aan de specifieke omgeving. In die gebouwen zit niets van belevingswaarde. Die hebben op zijn minst een grondige renovatie nodig, voor zover dat zelfs nog zin heeft. De vraag is immers: ‘Heb je een duurzaam skelet om op verder te bouwen?’ Het antwoord is vaak ‘nee’. Het zou dus beter zijn om sterk in te zetten op slimme nieuwbouw en om oudere gebouwen te herbestemmen, bijvoorbeeld als studentenverblijven. Zo kom je aan performante, flexibele zorggebouwen waar je in optimale condities aan zorgverlening kan doen. De kost van nieuwbouw is een peulschil in vergelijking met de management- en personeelskosten die een niet-performant ziekenhuis teweegbrengt.”

“Ik pleit dus resoluut voor een behoud van subsidies, zoals bijvoorbeeld in Denemarken. Dat land heeft zwaar ingezet op moderne innovatieve zorgcampussen, en niet de minste. Als men daar terecht komt krijgt men zorg in een efficiënte omgeving, zo wordt ook de kost voor de gemeenschap tot binnen de perken gehouden.

 

Hoe ziet de performante zorgsector van de toekomst er in Vlaanderen uit?

Vermeulen: “Zorgtechnologie zal een grote invloed hebben op  de bouw van onze ziekenhuizen, waardoor ze er binnenkort heel anders uit gaan zien. Ik zie een opdeling in thuiszorg, acute zorg en erg gespecialiseerde zorg, met daartussen nog laagdrempelige, lokale ‘health centers’ die de mensen veel sneller en vooral goedkoper een antwoord op hun problemen kunnen bieden. Enkel de zwaardere gevallen dienen doorgestuurd te worden naar die acute ziekenhuizen of gespecialiseerde centra zodat de schaal van die laatste drastisch kan verkleinen. Ik ben ervan overtuigd dat we op die manier zeker twintig tot dertig procent van de actuele erkende bedden kunnen besparen. Die worden op dit moment natuurlijk allemaal netjes gevuld, maar het is wel de belastingbetaler die dat betaalt. Die acute en/of gespecialiseerde ziekenhuizen nemen dan ook hun researchtaak op en zijn de plaatsen waar je topzorg kan krijgen. Zo’n hervorming zorgt voor een veel efficiënter zorglandschap.”

 

Dan klinkt het hervormingsplan van federaal minister voor Volksgezondheid Maggie De Block u toch als muziek in de oren?

Vermeulen: “Het is inderdaad heel positief dat minister De Block oog heeft voor de problemen en ook duidelijk de kaart trekt van zorgtechnologie en specialisering. Daar maak ik wel een kanttekening bij: ze kijkt op dit moment vooral de kat uit de boom en wacht met het verder uitkeren van subsidies. Ze wil dat ziekenhuizen eerst onderling meer samenwerken en bevoegdheden aan elkaar overlaten. Zo kunnen twee gelijkaardige ziekenhuizen in één regio zelf beslissen wie meer de kant van het lokale health center opgaat en wie zich meer specialiseert.”

 

Denkt u dat zo’n samenwerking kan lukken? Zullen ziekenhuizen niet allemaal hun specialisaties willen behouden?

Vermeulen: “Dat is inderdaad een moeilijk punt. Maar ik denk dat er op dat vlak een belangrijke rol is weggelegd voor de overheid, die heeft namelijk een totaaloverzicht en zicht op de naakte cijfers. De overheid weet precies hoeveel erkende bedden elk ziekenhuis heeft en wat de bezettingsgraad is, welk ziekenhuis goed en welk minder goed draait. Ze zien ook welke ziekenhuizen al sterk geïnvesteerd hebben in zorginfrastructuur en veel meer erkende bedden zouden moeten hebben terwijl anderen al lang hadden moeten afbouwen.”

 

Het vervolg op dit interview leest u in de volgende Careflash-nieuwsbrief.