Erwin Bormans, CEO Ziekenhuis Oost-Limburg: “Focus op interne processen.”

Naast CEO van het ZOL is Limburger Erwin Bormans ook bestuurder bij enkele andere ziekenhuizen en voorzitter van de Raad van Bestuur van HospiLim. Hij heeft dus een goed zicht op zorgontwikkelingen in Limburg en daarbuiten. Eén van zijn conclusies: IT zal steeds belangrijker worden. “Wie naar de Delhaize gaat, scant al zijn producten elektronisch. In heel wat ziekenhuizen wordt nog heel veel manueel genoteerd.”

Het ZOL heeft de laatste jaren veel gebouwd. Liggen er op vlak van infrastructuur nog grote uitdagingen in het verschiet?

Erwin Bormans: “We hebben de laatste jaren inderdaad al veel geïnvesteerd in de gebouwen en de medische uitrusting. Dat paste binnen het masterplan dat na de fusie van het ZOL opgesteld werd. Puur bouwkundig zijn we dus eerder aan het einde van een hoofdstuk. De komende jaren leggen we vooral de nadruk op de verdere verbetering van onze interne processen en de uitbouw van onze innovatie- en expertfuncties.”

 

Welke interne processen?

Bormans: “We hebben bijvoorbeeld net een ERP-systeem (Enterprise Resource Planning, red.) geïmplementeerd dat we momenteel uitrollen. Dat systeem integreert alle administratie rond onder andere boekhouding en logistiek. Een tweede en erg belangrijk project: een ziekenhuisbreed elektronisch patiëntendossier op poten zetten. Begin volgend jaar beslissen we met welke partner we daarvoor in zee gaan. Nu breien we verschillende systemen aan elkaar, waarbij alle documenten  samenkomen op een resultatenserver. Dat is geen echt dossier, maar een lappendeken dat niet altijd voldoende ondersteuning biedt of informatie bevat. De patiënt verwacht  dat alle artsen in het ziekenhuis op elke moment toegang hebben tot zijn of haar volledige dossier. Enkel zo’n elektronisch dossier biedt die zekerheid.”

“Het derde project dat op stapel staat: de economische ontwikkeling van de zone rond het ziekenhuis voor medische bedrijfjes en zorg-ondersteunende functies. Die spin-offbedrijven kunnen profiteren van de nabijheid van een klinische omgeving om te ontwikkelen, innoveren en groeien, en dat willen we echt stimuleren. We hebben nu trouwens al een paar kleine bedrijfjes uit Silicon Valley die een ruimte afhuren in het ziekenhuis om een app of dienst te ontwikkelen.”

 

Kan je een voorbeeld geven van zo’n product?

Bormans: “Momenteel wordt een serumstaander ontwikkeld met elektronische balansen in. Die meet of de hoeveelheid vloeistof in de serumzak vermindert. Zo kan je centraal in het oog houden of de vloeistof nog in het lichaam van de patiënt stroomt zonder dat de verpleging om de zoveel tijd moet komen kijken. Ik zie daar een toekomst in, het maakt het werk van een verpleegpost efficiënter en verhoogt de kwaliteit van de zorg.”

 

Als ik de plannen hoor, wordt IT de volgende jaren belangrijker?

Bormans: “IT heeft een gigantische impact op de werking van een ziekenhuis. De overheid heeft nu 40 miljoen ingeschreven in de ziekteverzekering voor ICT voor de ziekenhuizen. Ik hoop dat deze middelen in 2016 snel worden toegekend aan de sector, want voor veel toekomstige uitdagingen is een uitgebreide IT-ondersteuning nodig. Onze sector ligt op dat vlak trouwens ver achter. Neem nu supermarkten: wie naar de Delhaize gaat, scant al zijn producten elektronisch. Wij als ziekenhuis noteren nog heel veel manueel.”

 

 

“Comfortabel om in ziekenhuis te blijven”

Zetten jullie ook in op meer ambulante zorgen en een kortere ligduur?

Bormans: “Ja, al lang. We verkorten de ligduur door ingrepen en therapieën te verfijnen of te verbeteren, bijvoorbeeld door meer kijkoperaties met kortere hersteltijden, andere anesthesietechnieken. En er is nog veel meer dagklinisch mogelijk dan vandaag, maar dan moet de overheid wel volgen. Vandaag zijn wij verplicht om nog heel wat patiënten te laten overnachten in plaats van ze dagklinisch te behandelen omdat de overheid anders geen financiering voorziet. Mensen vinden dat niet erg, maar theoretisch en economisch gezien zou zo’n patiënt ’s avonds beter naar huis gaan. De financiering moet daar echter op inspelen, zodat een zorgverstrekker niet afgestraft wordt voor zijn efficiënte zorg.”

“Vergeet daarbij wel niet dat het voor veel oudere mensen comfortabeler is om in het ziekenhuis te blijven dan om zich telkens naar het ziekenhuis te moeten verplaatsen. Wachten in de wachtzaal is natuurlijk ook minder comfortabel dan in een ziekenhuisbed. Op dat vlak is een mentaliteitswijziging nodig, niet alleen bij die mensen zelf, maar ook bij hun familie.”

 

Proberen jullie ook op een hoger niveau, met ziekenhuizen uit de regio, aan efficiëntiewinsten te doen?

Bormans: “Toch wel. Met HospiLim, een samenwerkingsverband tussen Limburgse ziekenhuizen en psychiatrische instellingen, organiseren we samen onze aankopen via overheidsopdrachten. Die schaalvergroting heeft twee positieve effecten: we kunnen tegen competitievere prijzen aankopen en op organisatorisch vlak kunnen we alles centraal regelen. Dat werkt heel goed, we kunnen de winst daarvan tot nu toe op 22 miljoen euro schatten. We zijn daarbij gestart met dingen die niet tot de kern van onze dienstverlening horen, zoals dranken en administratief materiaal, maar willen dat uitbreiden naar medische aankopen. Dat is niet per se moeilijker. Ik heb al ervaren dat het minder moeite kost om artsen op één lijn te krijgen dan koks die moeten beslissen welke soort boter we samen aankopen.” (lacht)

 

En op vlak van medische samenwerking tussen ziekenhuizen?

Bormans: “Op medisch-technologisch vlak is er al heel wat samenwerking en centralisatie. Zo staat er bijvoorbeeld 1 PET-scanner in het Virga Jesseziekenhuis waar alle Limburgse ziekenhuizen op kunnen rekenen, maar de artsen die er werken zijn van ZOL en JESSA. Naar toegankelijkheid is dat soms moeilijk, maar hoogtechnologische medische toestellen kosten enorm veel, naast de investering in het personeel om die toestellen te bedienen en te onderhouden. Dat kan echt niet in elk ziekenhuis.”

“Op vlak van het programma dat we aanbieden, wordt er vanuit het beleid meer en meer druk uitgeoefend op de sector om zeer complexe zorgen niet overal uit te voeren. Zo kondigt de minister aan dat ze netwerken tussen ziekenhuizen wil creëren met daarin basis-, referentie en universitaire ziekenhuizen. En daarbij zal bijvoorbeeld dure technologie toegewezen worden aan een netwerk en niet aan een ziekenhuis. Binnen zo’n netwerk worden bepaalde pathologiegroepen geconcentreerd en maken ziekenhuizen taakafspraken.”

 

Wat is uw eigen visie daarop?

Bormans: “Mensen moeten vlakbij in een ziekenhuis terecht kunnen. Regionale ziekenhuizen zijn daarom erg nodig. Alle expertise die lokaal aangeboden kan worden, moet ook lokaal beschikbaar zijn. Dat vind ik soms jammer aan bepaalde grote fusies: hoe groter een ziekenhuis wordt, hoe groter ook de ambities ervan zijn. Als een patiënt referentiezorgen nodig heeft, kan hij vanuit het basisziekenhuis doorverwezen worden. Andere mogelijkheid is dat de gespecialiseerde arts zich verplaatst naar het basisziekenhuis om daar de ingreep of de procedure uit te voeren.”

“Als er op spitstechnologie of verdere medische expertise ingezet moet worden,  kan de patiënt dan naar een centrale instelling, liefst gekaderd binnen een goed samenwerkingsverband tussen de betrokken ziekenhuizen. In geval van revalidatie of nazorg kan de patiënt opnieuw behandeld of opgevolgd worden in het ziekenhuis dicht bij zijn woonplaats. Volgens mij ligt daar de toekomst.”