Sterilisatie buiten het ziekenhuis: hogere kwaliteit, minder kosten

Een succesverhaal uit de medische sector. Dat is de uitbouw van het CSA- (Centrale Sterilisatie Afdeling) concept van het Alkense bedrijf Besco. Door die dienst extern te organiseren, verhoogt het bedrijf de kwaliteit van het proces terwijl de kostprijs daalt. Dat bewees Besco al bij het Virga Jesseziekenhuis in Hasselt, nu is het buitenland aan de beurt.

Even terug in de tijd. Besco, een familiebedrijf dat diensten verleent aan ziekenhuizen, mutualiteiten en verzekeringen, zag het levenslicht in 2002. Jos Bessemans startte er na een lange carrière bij Johnson & Johnson Medical met een project rond ziekenhuisfinanciering en nomenclatuur, eCoNoDat. Dat wordt ondertussen door alle Belgische ziekenhuizen en mutualiteiten gebruikt.

Met die grondige kennis van de medische sector sprong Bessemans ook in een ander gat op de markt: de analyse, bouw en organisatie van CSA’s. Er zijn immers steeds meer ziekenhuizen die fuseren, of kiezen voor intensieve samenwerkingen, waarbij chirurgische diensten worden afgesplitst of gecentraliseerd. De CSA-dienst – die verantwoordelijk is voor de sterilisatie van alle gebruikte instrumenten van het ziekenhuis – volgt daarbij vaak niet. Analyses van Besco toonden aan dat ziekenhuizen zelf maar moeilijk de kostprijs en de noden van de dienst konden inschatten, laat staan verbeteringen aanbrengen in het proces.

“Zo zijn er nieuwe ziekenhuizen waarbij de ingeplande ruimte voor de CSA al achterhaald is bij de start van het bouwproces,” zegt Bessemans. “Daar start men zelfs meteen met verbouwingen wanneer het ziekenhuis is opgeleverd. Dat komt onder andere omdat ziekenhuisdirecties de groei van de organisatie niet goed in rekening brengen.”

 

Externe CSA

Besco maakte in 2012 – toen de bestaande CSA’s niet meer voldeden aan de normen – ook zo’n analyse voor enkele ziekenhuizen in Hasselt, waaronder het Jessaziekenhuis. “Daar kozen we – uniek op dat moment – voor een externe locatie, op een industrieterrein in de buurt van Hasselt,” zegt Bessemans. “Zo ben je niet gebonden aan een bepaalde plaats en kunnen andere ziekenhuizen uit de regio er op termijn ook gebruik van maken. Want dat is waar de sector ontegensprekelijk naar evolueert, ook voor andere diensten: specialisatie van functies die niet tot de kerntaken van een ziekenhuis behoren en die aan verschillende ziekenhuizen tegelijk aanbieden. Ons onderzoek wijst uit dat de kwaliteit daardoor stijgt en de kosten merkelijk dalen.”

 

Eén ingreep, 300 instrumenten

Na de analyse vroeg het ziekenhuis aan Besco om die externe CSA-dienst ook uit te rollen. Geen klein bier, want Virga Jesse telt een kleine duizend bedden en zowat 45.000 chirurgische ingrepen per jaar. Dat vertaalt zich in ongeveer 200.000 ‘instrumentensets’ met zo’n 5 miljoen instrumenten – tijdens één ingreep kan een chirurg tot 300 instrumenten nodig hebben – die jaarlijks gesteriliseerd moeten worden. Bessemans: “Daarom moest het zo makkelijk mogelijk zijn voor de CSA-medewerkers en voor het verplegend personeel, terwijl de kwaliteitscontrole wel erg grondig blijft. Dat hele proces hebben wij begeleid en volgen we nog steeds op.”

 

Track-and-trace

Hoe zit dat systeem dan in elkaar? Besco bracht op elk instrument een unieke code aan, in de vorm van een gelaserde datamatrix. Als een samengestelde set na gebruik meer dan zes gram verschilt van voor gebruik, worden alle instrumenten gescand via de datamatrixcamera. Bessemans: “Voorheen verdwenen er regelmatig instrumenten. Die werden samen met ander afval in de vuilbak gegooid, of bleven zelfs soms achter in de patiënt zelf – al is dat in het Jessa-ziekenhuis nooit gebeurd. Als dan op de operatietafel ernaast een gelijkaardig instrument werd gevonden, kwam dat nogal snel bij de foutieve set terecht, zonder dat iemand het verloren instrument opmerkte. Dankzij onze track-and-tracemethode weet een verpleegster meteen wat ontbreekt. Als er ergens een verloren instrument opduikt, weet ze ook meteen bij welke set die hoort.”

 

Bacteriën en poriën

Na de scan gaan de sets via een transport naar de externa CSA. Daar worden alle instrumenten eerst gereinigd en gedesinfecteerd in een wasmachine, op hoge temperatuur en met zuiver water. “Want iets dat vuil is, kan je niet steriliseren. Wat zich onder de vuiligheid bevindt, blijft buiten schot,” zegt Bessemans. “Daarna wordt alles ingepakt in papier met speciale poriën. Die pakjes krijgen een stoombehandeling van 3 minuten op 134 graden, waardoor de resterende bacteriën sterven en de poriën dichtslibben. Na het transport en voor ze terug naar het ziekenhuis worden gebracht, zorgt een scan weer voor controle en zekerheid.”

 

Software van Inbev

Om het proces administratief te begeleiden ontwikkelde Besco samen met zijn softwarepartner CreoniS het progamma SteMaTo. Dat is gebaseerd op technieken en principes die al eerder hun nut bewezen in kwalitatieve productie-eenheden en is ontwikkeld onder de vleugels van biergigant Inbev. “Die software bewees zijn nut al in andere industriële settings en maakte het mogelijk om dit project ook op een industriële en efficiënte manier aan te pakken,” zegt Bessemans.

 

Naar Amerika en het Midden-Oosten

Is het concept van Besco vernieuwend? “Het principe is wel gekend,” zegt Bessemans, “maar weinigen durven met die centralisatie zo ver als wij te gaan. Het vraagt natuurlijk discipline van iedereen in de keten, ook van de geneesheren. Maar we blijven bijsturen en opvolgen en dan zie je dat de resultaten erg bevredigend zijn. Zozeer zelfs, dat we ook furore maken buiten de Belgische markt. We zijn actief in Amerika en sinds dit jaar, dankzij contacten met Marc Decat van Essec en onze deelname aan Arab Health, zijn er ook opportuniteiten in het Midden-Oosten. De eerste contracten liggen er al klaar en voor 2017 staan er nog 9 ziekenhuizen in de wachtrij. Daar had ik drie jaar geleden niet van durven dromen.”